HET ONDERZOEK IS INMIDDELS AFGEROND. WE DANKEN ALLE DEELNEMERS VOOR HUN INZET, VERDERE DEELNAME IS NIET MEER MOGELIJK.


Waarom dit onderzoek?

Waarom de een depressief wordt en de ander niet is nog voor een groot deel onduidelijk. Uit eerder onderzoek blijkt dat mensen, waarbij depressieve klachten in de familie voorkomen, een groter risico lopen om zelf depressieve klachten te ontwikkelen. Mogelijk zijn er dus biologische of genetische factoren die een rol spelen. Het kan ook zijn dat invloeden uit de omgeving een rol spelen. Waarschijnlijk is het een combinatie van biologische of genetische factoren en omgevingsinvloeden die iemand kwetsbaar maakt voor depressie. In dit onderzoek willen we over een aantal van deze biologische en genetische factoren en omgevingsinvloeden meer te weten komen. 

Verwacht wordt dat dit onderzoek zal bijdragen aan kennis over de oorzaken van depressie. Op termijn zou dit onderzoek mogelijk de behandeling of preventie van depressie kunnen helpen verbeteren.

Achtergrond van het onderzoek

Serotonine is een natuurlijke stof in de hersenen. Serotonine speelt een rol bij stemming. Serotonine wordt aangemaakt in de hersenen met behulp van een aminozuur uit de voeding, tryptofaan. Door tryptofaan uit de voeding weg te laten kan de invloed van serotonine op stemming onderzocht worden.

Wij vragen ons af of het weglaten van tryptofaan uit de voeding bij mensen met een familiegeschiedenis van depressie mogelijk andere effecten op stemming heeft dan bij mensen zonder een dergelijke familiegeschiedenis. Dit onderzoek hoopt dus nieuwe inzichten te geven in de rol van serotonine bij stemming.

Daarnaast kijken wij in dit onderzoek naar sociaal gedrag. Problemen met sociaal gedrag kunnen mogelijk bijdragen aan het ontwikkelen van een depressie. Serotonine speelt mogelijk ook hierbij een rol.

UMCG