Samenvatting voor onderzoeksdeelnemers aan de studie: ‘Depressie en de omgang met anderen’


Het onderzoek:

Gedurende 14 dagen nam u capsules in met daarin tryptofaan (de bouwsteen van serotonine, een stofje dat betrokken is bij de overdracht van signalen in de hersenen). Ook nam u gedurende 14 dagen capsules in waarin geen werkzame stof zat (placebo). De helft van de deelnemers nam eerst tryptofaan en daarna de placebo, de andere helft name eerst de placebo en daarna tryptofaan.

Met formulieren rapporteerde u dagelijks uw gesprekken met andere personen. U rapporteerde hoe u zich voelde tijdens deze gesprekken, zowel in termen van positieve emoties (bijv. blij) als termen van negatieve emoties (bijv. angstig). Uw gedrag werd gemeten in termen van vriendelijkheid, onvriendelijkheid, dominantie en onderdanigheid. Dit werd gemeten door het lijstje voorbeelden waar u telkens uw gedrag aankruiste. Ook werd gemeten hoe u vond dat anderen zich naar u toe gedroegen in termen van vriendelijkheid, onvriendelijkheid, dominantie, en onderdanigheid.


Resultaten:

Deelnemers rapporteerden meer positieve emoties en minder negatieve emoties tijdens de periode van tryptofaan-inname dan tijdens de periode van placebo-inname. Dat wil zeggen dat de stemming beter was bij tryptofaan-inname.

Daarnaast verhoogde tryptofaan de mate van onvriendelijk gedrag en verlaagde het de mate van vriendelijk gedrag. Deze effecten traden alleen op in de thuissituatie. De meeste van deze gesprekken waren met de gezinsleden. Tryptofaan had geen effect op hoe de beoordeling van het gedrag van anderen.


Betekenis:

Mensen met depressie in hun familie lijken zich tijdens de omgang met anderen beter te kunnen voelen als ze tryptofaan nemen. Mogelijk komt dit omdat ze meer voor zichzelf opkomen in de thuissituatie. Toekomstige studies kunnen specifieker ingaan op interacties tussen gezinsleden en hoe deze beïnvloed kunnen worden door tryptofaan.

De huidige resultaten geven mogelijk ook inzicht in hoe antidepressiva werken bij depressieve personen. Antidepressiva verhogen serotonine, net als tryptofaan. Mogelijk hebben antidepressiva dezelfde effecten op gedrag als tryptofaan. Dit iets waar bij de behandeling van depressieve personen rekening mee kan worden gehouden.

UMCG